Rondje ‘Nederland’ vervangt Zwitserland

In het verleden werd er vaak een verslag geschreven over activiteiten die onze club ondernam.
Of dat nou een gewone toertocht of een meerdaagse was, een verslag was heel gewoon.
Zou het niet leuk zijn om die oude gewoonte nieuw leven in te blazen?
Hieronder een juweeltje uit de oude doos. (1998) Destijds uitgebracht in het clubblad dat jaarlijks op de algemene ledenvergadering werd uitgegeven aan de leden. Veel plezier ermee.

En mocht jij behoefte en inspiratie hebben om een stukje te schrijven, houd je dan vooral niet in.
Het hoeft geen literair hoogstandje te zijn, gewoon een sfeerimpressie is al leuk genoeg.

*******************************************************************

Nieuwelingen, amateurs en senioren samen op pad
Toerclub Vlijmen maakte rond de vorige jaarvergadering een onstuimige groei door, liefst zeven nieuwe leden schreven zich in. Eén der trouwste ‘nieuwelingen’ trok mee door Nederland en werd al snel een pen ter hand geduwd. Vandaar het onderstaande artikel met Cees van Kuijk als auteur.

Inleiding: Via het clubblad maakte ik voor de eerste keer kennis met de in 1997 onder barre weersomstandigheden gereden “Drie-Landen-Tocht”. Vanaf dat moment was mijn belangstelling gewekt. Toen tijdens de voorjaarstoertochten Zwitserland een belangrijk gespreksonderwerp werd, was voor mijzelf de keuze om deel te nemen snel gemaakt. Ons reisdoel, de Zwitserse familietak van globetrotter Herman van Vught (waar is deze man nog niet op vakantie geweest?) was blijkbaar nogal geschrokken van deze belangstelling, want besloten werd om enkele weken (!) voor ons vertrek naar Nederland terug te keren. Helaas voor Bert, die deze reis in gedachten al bijna had voltooid. Maar Bert zou Bert niet zijn als hij niet in de kortste tijd met een alternatief zou komen: besloten werd om dit jaar opnieuw een rondje Nederland te doen. Een paar weken van tevoren werden ten huize van Cees van der Lee de details doorgenomen.
Voor een nieuweling een uitstekende gelegenheid om je, onder het genot van een kop koffie en een pilsje, van de nodige adviezen te laten voorzien. Het tot in de puntjes verzorgde programma bood alle mogelijkheden om er een mooie week van te maken.
De deelnemers (zeven man) hadden zich aangemeld. Als voorbereiding op deze koers heb ik ze in de voorafgaande weken goed in de gaten gehouden. Ook tijdens deze fietsweek zijn zij niet aan mijn aandacht ontsnapt. Op de volgende bladzijde geef ik graag enkele korte indrukken.

Het illustere zevental voor aanvang- van de tocht.
Toontje van den Bosch: 5
eerder een toontje (tandje) hoger dan lager;
Bert Meijs:                     4
routinier, niet optimaal voorbereid, maar als echte stayer in de week gegroeid;
Herman van Vugt:         3
krachtpatser met (dames opgelet) een stel indrukwekkende, fraai gevormde kuiten;
Cees van de Lee:           6
sportief, groot uithoudingsvermogen met ervaren, prachtig ’impressionistische’ benen
Jan de Wijs:                   7
imposant sportief figuur, toonbeeld van zich in de loop van de week ontwikkelende, welhaast grenzeloze, kracht;
Hans van de Wiel:         1
lenig en behendig, katachtig figuur en een uitgekookte renner;
Cees van Kuijk:              2
jongste telg van het gezelschap, (te ) fanatiek.

1e Etappe Vlijmen – Egmond: 181 km
Zoals afgesproken zouden we op zondag 17 mei rond 08.00 uur vanaf huize Herman van Vught vertrekken. In tegenstelling tot het jaar daarvoor voorspelden de weermannen ons alle goeds. Ruim voor 08.00 uur arriveerde ik op de plaats van vertrek. Bij de voordeur stond reeds een racefiets geparkeerd, waarvan de slankheid en geringe omvang van de fietstas mij op voorhand onzeker maakte. Had ik nu zo overdreven, of hadden we hier te maken met een uitgekiende renner, die deze tocht op voorhand had “doorberekend”. Het laatste bleek het geval te zijn. ln ieder geval stelde de aanblik van de bagagedrager van Toontjes fiets mij gerust. Overigens sluit ik niet uit dat de betreffende persoon voor vertrek nog een en ander in andermans fietstassen heeft overgepakt.

Na bij Herman koffie met een worstenbroodje genuttigd te hebben en we door Jan van het nodige sponsormateriaal waren voorzien, kon de tocht aanvangen. Eerst natuurlijk nog even een foto, want nu waren we nog schoon en fris.
Het eerste gedeelte van de tocht ging via Gorinchem richting Schoonhoven. De koffie en het appelgebak aan een zonnige waterkant gaven ons al een echt vakantiegevoel. De route leidde ons vervolgens langs het riviertje ”De Vlist”: een juweeltje aan natuurschoon.
Niet minder mooi was de omgeving van de Reeuwijkse en Nieuwkoopse Plassen. Hier verbaasde ik me over het gemak, waarmee smalle paadjes door onze routiniers vrijwel moeiteloos werden opgepikt.
Dat we hierna door een verstedelijkt gebied reden viel lang niet altijd te merken.
Overigens was er niet altijd de gelegenheid om van al dit moois te genieten. Het ontwijken van spuugwerk, winden en boeren eiste het uiterste van mijn concentratie. Vooral Hans, op het eerste oog een nette vent die keurig ABN spreekt en goed uit zijn woorden kan komen, meende dit soort wapens in de strijd te moeten gooien. Voor het eerst merkte ik wat een knecht (deze titel heb ik vanaf de eerste dag meegekregen) allemaal moet meemaken.

De pont bij Buitenhuizen over het Noordzeekanaal eenmaal gepasseerd, dwalen de gedachten langzaam af richting eindbestemming van vandaag. Omdat de kilometers mee gaan spelen, wordt het echte kopwerk in deze fase overgelaten aan Herman en maat Cees. Helaas raken we verzeild op het terrein      van een psychiatrische inrichting (Herman schijnt hier wel eens op vakantie geweest te zijn?) Of het de omgeving is die ons van de wijs brengt weet ik niet, maar wat we ook proberen het lukt ons niet om het terrein te verlaten.

Rest ons niets anders dan aan een redelijk normaal uitziend persoon de weg te vragen. Deze stuurt ons met de nodige aanwijzingen terug en rijdt vervolgens zelf rechtdoor. Het is een wat vreemde gewaarwording om al fietsend vervolgens dezelfde persoon weer in de rug te kijken. Hoezo aan jezelf twijfelen? In iedere geval worden op dit moment al afspraken gemaakt voor de volgende dag: ook het kopwerk op de Afsluitdijk zal worden overgelaten aan Herman en Cees.
Pas rond 19.00 uur komen we aan in Egmond-Binnen, waar het eerste pilsje na deze warme dag ons erg goed smaakt. Na eerst gegeten te hebben worden de kamers ingedeeld. Op verzoek van de organisatie slaapt Hans bij Herman en Cees om een oogje in het zeil te kunnen houden.
Na een frisse douche maken we nog een duinwandeling om vervolgens, toch wel vermoeid, voor de T.V. neer te ploffen.
Voordat we gaan slapen ga ik met mijn kamergenoot Jan nog op muggenjacht: minstens 10 exemplaren worden hiervan het slachtoffer. Eenmaal gestrekt en met uitzicht op een paar indrukwekkende voeten, denk ik nog dat het geen wonder is dat hij altijd zo’n goede keeper is geweest.

2e  Etappe Egmond – Appelscha: 193 km
Als knecht ben ik ’s morgens al rond 07.00 uur uit de veren om iedereen te wekken, fietsen na te kijken, achterwerken in te vetten etc. Jan heeft niet zo goed geslapen. Hans loopt nog rond in zijn hemd want zijn shirt schijnt spoorloos te zijn. Voor vertrek is er nog een vervelend incident.
Hans heeft gemeend gebruik te moeten maken van het damestoilet. Op zich in deze tijd van emancipatie niet onoverkomelijk zou je zeggen, mits je de deur niet open laat staan. Uiteindelijk hebben we de dame die met deze situatie werd geconfronteerd eerste hulp kunnen bieden, waardoor de schade nog beperkt werd. Niet geheel vast staat of nu de stank of Hans zelf de belangrijkste oorzaak is geweest van haar shocktoestand.
Juist voor vertrek komen Herman en Cees met het shirt van Hans op de proppen: ”Het shirt lag buiten op de grond en was waarschijnlijk van het raam afgevallen”. Hans, het is toch maar goed dat je altijd op deze kerels kunt rekenen.
Volgens planning staat er vandaag een etappe van 177 km op het programma. Rond 08.45 uur vertrekken we vanaf Herberg Klein Rinnegom, langs de Hollandse duinrand via Petten in de richting van Den Oever. In de Wieringermeerpolder hebben we voor de eerste keer pech: de bagagedrager van Kees is afgebroken. Zoals altijd heeft Bert wel een oplossing en wordt de drager met een touwtje vastgebonden. Het kostte niet veel moeite om even verder een smid te vinden die, nadat Cees al zijn charmes in de strijd had gegooid, alles weer gratis aan elkaar laste.
In Den Oever hebben we, voordat we de 30 km lange Afsluitdijk over fietsen, onze eerste koffiepauze. Vervolgens koersen we trefzeker de Afsluitdijk op. Met een stevige, doch aangename wind op kop (het weer is vandaag alweer voortreffelijk), zetten onder aanvoering van Herman en Cees de blik op oneindig.

Ter plaatse van het monument wordt kort gestopt om een fotootje te trekken. Even verderop blijkt de drager van Cees het toch weer te hebben begeven: volgende keer toch maar betalen Cees. Het al bekende touwtje biedt ook nu weer uitkomst. In Zürich wanen we ons even in het buitenland, om vervolgens met een stevige wind in de rug koers te zetten richting het voor de meesten bekende Makkum.
In dit gezellige plaatsje worden we hartelijk welkom geheten (ook hier is Herman natuurlijk op vakantie geweest), waarna we ons op het zonnige terras tegoed doen aan de nodige dranken en spijzen. Na de bidons weer gevuld te hebben, zetten we koers in de richting van Bolsward/Sneek en passeren het Sneekermeer.
Fietsen in deze rustige en prachtige omgeving is een bijzondere en aangename gewaarwording: hele stukken hebben we de weg voor ons alleen. Voor Cees is dit blijkbaar aanleiding voor de nodige plaspauzes: de meest ondenkbare plekken worden aangegrepen voor een sanitaire stop. Om problemen met betrekking tot aanstootgevend gedrag te voorkomen, wellicht een idee voor de organisatie om volgend jaar behalve een volgwagen ook een toiletwagen mee te sturen.
Met 193 km in de benen arriveren  we rond 19.00 uur in Hotel ’t Klaverblad in Appelscha. Een uitstekende accommodatie waar we ons, na te hebben gedoucht, door de gastheer laten verwennen op een lekkere maaltijd. ’s Avonds wordt er gebiljart (de echte kroeglopers worden dan ontmaskerd) en drinken we nog gezellig een pilsje.

3e Etappe Appelscha-Hellendoorn: 152 km
Ook vandaag zijn we weer vroeg uit de veren, want behalve de kettingen moeten ook de stembanden worden gesmeerd: Toontje is jarig. We beginnen dus met een stevig “Lang zal ie leven” op de gang van het hotel. Na de felicitaties zetten we ons aan een flink ontbijt en worden de rugzakken gevuld. Hiervoor moet onze gastheer wel enkele keren naar de naastgelegen bakkerij om brood bij te halen. Ja, er zijn van die kleine kereltjes die een lunchpakketje meenemen met daarin twaalf(!) sneden brood. Maar boontje komt om zijn loontje, daarover later meer.
Na de eerste kilometers is het snel duidelijk dat het weer een zware dag zal worden: behalve ruim 150 km fietsen zal er ongeveer een gelijk aantal kilometers gezongen moeten worden. Een ware beproeving van onze longen.
Inmiddels weet half Drenthe en Overijssel dat ons Toontje een jaar ouder is geworden. Via de Boswachterijen van Appelscha en Smilde, fietsen wij langs het Nationaal   Park Dwingelderveld in de richting van Westerbork. Na ruim 50 km te hebben gefietst laten we ons op alweer een zonnig terras graag door de jarige trakteren.
Ondanks Bert zijn pogingen om ook een stukje cultuur in de route op te nemen, hebben we de hunebedden moeten missen met als gevolg dat onze route vandaag ten opzichte van de geplande 157 km met 5 km is ingekort.
Tijdens onze lunchpauze worden we op een terras in Hardenberg geconfronteerd met een uitgelaten taart etende groep vrouwen. ”Geen wonder dat ze dik worden” of ”En maar klagen dat ze geen tijd hebben” is dan het gehoorde commentaar. Gelukkig overkomt ons dit soort dingen niet. Blijkbaar prikkelt de aanwezigheid van deze vrouwen de fantasie, want een van ons (nee, ik noem geen namen) maakt de opmerking dat zijn vrouw het altijd te koud of te warm heeft om te vrijen. Dit probleem heeft hij echter volgens zijn zeggen heel slim opgelost door een koude en een warme kamer in zijn huis te maken.
Na dit oponthoud gaan we richting Ommen, om vervolgens in navolging van Cees van de Lee op het grote blad de Lemelerberg en de Hellendoornseberg te beklimmen.
Na even zoeken komen we rond 17.00 uur aan in het midden in de bossen gelegen Hotel De Uitkijk. Hier worden we welkom geheten door een enigszins getekende, doch alleszins charmante dame. Hans stelt zich voor als directeur van Philips en vraagt of hij teletekst op zijn kamer heeft om de beursberichten te zien. Niets is deze dame te veel en daarom wordt de zeer luxueuze kamer 16 alleen aan hem toegewezen. Door de organisatie wordt voor hem voor die avond ook nog een meisje geregeld. Tegelijk wordt afgesproken om de totale rekening maar op zijn naam te zetten.
Voor Toontje komt er nog een felicitatiefax binnen. De techniek staat voor niets!
Na het diner, waarvan we het dessert als echte Hollanders buitenshuis hebben genuttigd, bezoeken we een kroegje in Hellendoorn. Aan de stamtafel komen de oude fietsverhalen als vanzelf boven. Tegen half elf gaan we weer richting hotel, want om half elf is hier voor Hans nog een belangrijke afspraak geregeld. Het was echter nog verder lopen dan we dachten, want pas rond kwart voor elf zijn we terug in het hotel.

4e Etappe Hellendoorn-Zevenaar: 158 km
Vanmorgen krijgen we te horen dat de kamer van Hans gisteravond flink op zijn kop is gezet: al zijn spullen lagen door de kamer gegooid, terwijl er ook nog andere “hindernissen” waren opgeworpen. Het vermoeden werd uitgesproken dat de blondine van gisteravond, toen Hans niet op tijd terug was, nogal kwaad is geworden en vervolgens alles overhoop heeft gehaald.
Maar goed, niemand weet er het fijne van. Misschien kan er iemand nog opheldering verschaffen over deze onverwachte gebeurtenis.
Nadat iedereen heeft ontbeten en de rugzakken weer uitpuilen van de lunchpakketten, meent Hans nog even een zakje te moeten vragen om zijn lunchpakket in te doen. De gastvrouw reageert enigszins verbaasd en informeert of ook anderen nog een lunchpakket moeten meenemen. Dit was gelukkig niet meer het geval, waardoor de schade beperkt bleef tot ƒ12,50. Hans, onze lunch heeft die dag bijzonder goed gesmaakt!
Om 08.45 uur zitten we weer op de fiets en genieten van de mooie omgeving. De Holterberg is voor de meesten bekend terrein, doch blijft de moeite waard. Na de gebruikelijke tussenstops komen we via het fraaie Montferland vandaag al op tijd aan in Zevenaar. Omdat we eerder een stukje van Bert zijn route hebben afgesneden, wordt dit alsnog goed gemaakt door de zoveelste poging om een nieuw blokje voor onder mijn “Eddy Mercks”-schoenen te bemachtigen. De racefietsenspecialist in Zevenaar blijkt echter verhuisd te zijn naar Babberich. De extra kilometers die we hiervoor moeten maken zijn echter vergeefs, want ook hij kan dit bijzondere blokje niet leveren. Blijkbaar hebben we hier dus toch met vergane glorie van doen.
Nadat we de helft van de groep, die ondertussen op een terras was neergestreken, weer hebben opgepikt loodst Herman ons door Zevenaar richt de “Panoven”. Vervelend voor hem is dat deze afgelopen jaar echter enkele straten is verplaatst. Niettemin arriveren we om ongeveer 17:30 uur bij dit “industriële monument”. Al snel blijkt dat het in deze bijzondere omgeving erg goed vertoeven is.
Na, op verzoek van Hans, eerst de beursberichten en de onroerendgoedmarkt doorgenomen te hebben, laten wij ons verwennen met een overvloedige maaltijd.

5e etappe Zevenaar – Kerkrade: 189 km
Om precies 08.40 uur zitten we weer op de fiets en rijden via ‘s-Heerenberg en Emmerich in de richting van Kleve. Hier hebben we onze eerste lekke band en Bert is de gelukkige. Blijkbaar kan hij zijn geluk niet op, want kort daarna herhaalt hij dit kunststukje.
Onder het mom van “plassen alleen is niet gezellig” weet Cees er ook vandaag weer een echte feestdag van te maken.
Zoals het echte ploegmaats betaamt, word ik tijdig geattendeerd op een vijftigtal auto’s die vlak voor een bocht op elkaar zitten. Bij nader inzien blijkt het hier om een oplegger met autowrakken te gaan, waarbij ik nog net kan wijzen op een hand die ik tussen een van de wrakken meende te zien. Ondertussen komt er een auto uit tegenovergestelde richting met hoge snelheid de bocht om. Ontwijken is er voor mij niet meer bij en dus maar vertrouwen op de capaciteiten van deze autocoureur, die vervolgens in volle vaart met twee wielen de berm opzoekt en alle aanwezige obstakels weet te ontwijken. Hoezo een geluksdag?
De route leidt ons vervolgens langs de Maas in de richting van Venlo en daarna weer door Duitsland. Blijkbaar hebben ze hier echter nog niet zoveel met “onze fietsen” gedaan, want van fatsoenlijke fietspaden en een goede bewegwijzering voor fietsers valt weinig of niets te bekennen. Gelukkig weet Bert spontaan en feilloos steeds weer alternatieve routes te bedenken. Niettemin is het fietsen hier door het ontbreken van deze voorzieningen minder aangenaam.
Wat een kat in het nauw kan doen heeft Bert inmiddels ervaren toen die op het allerlaatste moment voor zijn wiel sprong. Hierdoor moeten de achtervolgers in de remmen, maar Hans kan niet voorkomen dat zijn voorwiel tussen het achterwiel en de bagagedrager van Bert komt. Als een koordanser weet hij zich echter overeind te houden. Hoezo een geluksdag?
Rond 18.30 uur komen we aan in het van klooster tot sportcentrum omgebouwde “Centrum Bleijerheide”. Voor een aantal van ons een zeer vertrouwde omgeving, met als gevolg dat we snel de benodigde sleutels weten te bemachtigen.
Vanavond slapen we met zijn zessen op een kamer en hebben we een eigen bar/kantine tot onze beschikking.
Na het eten nuttigen we hier nog enkele drankjes en wordt de gebruikelijke gang naar de friettent gemaakt, waar de jonge bazin Hans haar diepste geheimen toevertrouwd. Terug in de slaapkamer moeten onze mannen door de – toch wel wat jongere – buren nog tot rust worden gemaand.

6e etappe Kerkrade – Kerkrade: 145,5 km
Vandaag staat er een bergrit, zonder bagage, op het programma. Dit is met inmiddels 3 kapotte bagagedragers een gunstige bijkomstigheid. Al snel blijkt dat de extra kleding die de meesten vandaag hebben aangetrokken niet voor niets is: het is behoorlijk koud.
Jan is er vanwege een begrafenis vandaag niet bij, maar als een echte ploeggenoot zal hij zich vanavond weer bij de groep voegen. Gezien de ervaringen van vorig jaar wordt Sjakie vandaag node gemist.
Via Gemmerich rijden wij naar België, richting Eupen. In de Ardennen is Hans voortdurend op zoek naar zijn oriëntatie, maar gelukkig wordt hij hierbij dankbaar geholpen door Herman.
In de Ardennen wacht ons de beklimming van de Baraque Michel, het hoogste punt van België. Al aan de voet van deze berg valt de groep uit elkaar. Hans en Cees rijden in hetzelfde tempo omhoog. Als een ervaren fietser blijkt Hans in dit soort situaties ook een meester in de koude oorlog te zijn. Na een paar kilometers vraag ik hem in al mijn onschuld hoelang het nog is, waarna hij weet te vertellen “dat we er bijna zijn”. Toch niet geheel overtuigd, houd ik rekening met het ergste. Niet geheel ten onrechte, want achteraf wordt mij duidelijk dat het hier om een klim gaat van 12 a 13 km. In deze sfeer ontspint zich een hevige strijd waarbij beiden elkaar niets wensen toe te geven. Ik besluit om tijdens deze beklimming, in de vrees dat ik dan het onderspit moet delven, niet meer met mijn rivaal te praten. Deze tactiek loont, want in de laatste kilometers weet ik deze gelijk opgaande strijd in mijn voordeel te beslissen. Herman komt als derde boven, gevolgd door Bert en Cees en Toontje. Vervolgens vecht Herman de kloktijden zoals deze zijn waargenomen aan, hetgeen leidt tot een stevige woordenwisseling. Ter voorkoming van onnodige spanningen binnen de club, worden de tijden hier dan ook achterwege gelaten.

Na de nodige versterkingen dalen wij af naar Monschau en belanden in de uitlopers van de Eiffel. Via Roetgen wordt een deel van de route afgesneden. Hier wacht ons een traktatie van Hans vanwege zijn 3 jaar oudere jongste broer. Via het drielandenpunt keren we terug in Nederland en even na vijven zijn we terug op onze thuisbasis Kerkrade.

7e etappe Kerkrade – Vlijmen: 165 km
Deze laatste dag rijden we al rond 8.30 uur via Schinveld in de richting van Maasbracht, om in het fraaie witte plaatsje Thorn onze eerste stop te hebben. Hier nemen we, gezeten op een zonnig terras, voorlopig voor de laatste keer van ons recept in (koffie met appelgebak én verse slagroom).
Ons medicijn eenmaal ingenomen en weer op de fiets richting Vlijmen, komt er enige triestheid over de groep, hetgeen wordt gesymboliseerd door een miezerige regen. Niettemin gaan we, weliswaar via enkele omwegen, in een stevig tempo (wat wil je na een week fietsen op weduwschap?) richting Riethoven. Later dan gepland komen wij hier aan. Hier wacht ons een warm onthaal van onze clubleden Jan-Willem, Bart, Dré, Frits, Henny en Henk. Na het uitwisselen van enkele ervaringen van deze week en het innemen van enige versterkende middelen, gaat het vervolgens onder aanvoering van de ingezette hazen in een hoog tempo richting huiswaarts.

Rond 16:45 uur aangekomen in Vlijmen blijkt dat onze evenementencommissie zich van zijn beste kant heeft laten zien, want hier worden wij, terwijl de vlag hoog boven het plein wappert, door een (wat minder omvangrijk doch) bekend publiek (Pietje Boelen), onthaald.
Op dat moment hebben we 1187 km afgelegd, met een gemiddelde van zo’n 170 km per dag.
Na onder het genot van een kop koffie en een pilsje ten huize van Hans van de Wiel van elkaar afscheid te hebben genomen, keert iedereen snel huiswaarts.
Als ik thuis kom hangt de vlag uit en word ik door mijn vrouw en zelfs mijn schoonmoeder verwend met bloemen. Op zich al genoeg reden om volgend jaar weer mee te gaan.
Helaas eindigt hier mijn verslag van deze inspannende, doch ontzettend leuke week.
Tot slot. Inmiddels hebben we bij Toontje de foto’s allang gezien en kunnen nagenieten van deze tocht.
Namens de deelnemers wil ik Bert nogmaals hartelijk danken voor de tijd en energie die hij heeft gestoken in de voorbereiding en organisatie van deze week. Het was geweldig!

Geef een reactie